Wat is een short squeeze?

Vooraleer we het over de “short squeeze” gaan hebben, zullen we eerst het begrip “shorten” even uit de doeken doen. Want het mechanisme dat erachter schuil gaat, is minder eenvoudig dan het lijkt.

De meeste mensen zitten met het vastgeroest idee dat je op de beurs enkel winst zou kunnen maken door aandelen te kopen en die later te verkopen met een meerwaarde. Het zogenaamde “Buy low, sell high”. 

Het omgekeerde – shorten – kan echter ook, “Sell high, buy low”. Maar hoe gaat dit dan precies in zijn werk?

Hier slaan de meeste mensen hun hersenen in de knoop. Nochtans hoef je geen genie te zijn of een IQ te hebben van 160 om te begrijpen hoe shorten werkt. Ik zeg vaak: “Je moet enkel dat knopje in je hoofd omdraaien, dan zul je het begrijpen.”

Het is dus eerder de manier van denken over beleggen waar onze hersenen wat vastgeroest zitten, dan dat het de gemiddelde belegger aan intelligentie zou ontbreken om shorten te begrijpen.

Iets verkopen dat je niet hebt

Om een “short” positie te openen, ik vertaal het zelf naar het Nederlands als “een tekort positie”, starten we van positie “0” en gaan dan aandelen verkopen. Indien we 100 aandelen verkopen, startend vanaf “0”, dan hebben we nadien een positie van “-100”.

Het klopt echter ook, dat als je dit in de praktijk gaat proberen, dit soms niet lukt via je broker-platform. Niet alle brokers laten immers short posities toe.

Ik maak winst door nadien de aandelen aan een lagere prijs terug te kopen, en zo mijn positie te sluiten. Is mijn positie “-100” en koop ik 100 aandelen, dan heb ik nadien geen aandelen meer (positie wordt “0”). Als ik de aandelen verkocht (shortte) aan 50 $ en ik koop ze terug (na een daling) aan 45 $. Dan heb ik 5 $ winst gemaakt per aandeel, of voor 100 aandelen 500 $ winst.

Uiteraard kan ik ook verlies maken door aandelen te shorten. Als ik ze verkoop (short) aan 50 $ en ze stijgen daarna naar 55 $ en ik sluit mijn short positie. Ik koop 100 aandelen terug aan 55 $. Dan maak ik 5 $ verlies per aandeel. Of 500 $ voor 100 aandelen.

Veel beleggers hun hersenen worstelen dus met het concept van deze negatieve positie. En ja, dat is uiteraard een beetje ongewoon, niet hoe we gewend zijn te denken over beleggen. In het woord “meerwaarde” zit tenslotte het woord “meer”. Dus onbewust worden we al voorgeprogrammeerd met het idee dat winst maken enkel mogelijk is door van een situatie van “minder” (buy low) naar een situatie met “meer” (sell high) te gaan.

Terwijl we bij het shorten ook een meerwaarde kunnen creëren uit het geïnvesteerde kapitaal, terwijl het aandeel eigenlijk daalt. Het is een beetje contrair natuurlijk, shorten is dan ook het omgekeerde van “long” gaan.

Azarius headshop: grinders, bongs, dabbing, weegschalen en meer

Iets dat je niet hebt, moet je eerst lenen bij iemand

Er is nu een tweede – heel belangrijk – aspect, dat van kracht is bij het shorten van aandelen. Als je iets wil shorten, iets verkopen dat je niet hebt. Dan moet je dat eigenlijk eerst gaan lenen bij iemand die dat wel heeft. In de moderne wereld van het beleggen zoekt onze broker dit voor ons uit. 

Als wij dus short willen gaan, dan zal de broker eerst kijken of dat aandeel wel “shortable” is. Er moeten dus partijen aanwezig zijn, die hun aandelen willen uitlenen aan shorters, alvorens er geshort kan worden. Met andere woorden, een vraag-aanbod kwestie. 

En hier zitten we eigenlijk al met een soort dilemma. Waarom zou je, als bezitter van aandelen – in hemelsnaam – je aandelen uitlenen aan iemand, die net het tegenovergestelde doel of motief heeft als jezelf? Je wil die persoon, de shorter, niet helpen, dat hij zijn aandelen maar ergens anders zoekt.

Waar beleggers wel al eens voor durven zwichten is de premie die ze krijgen om aandelen uit te lenen. Voor aandelen waar veel vraag naar is door shorters, daar zijn de “short premies” ook hoog. Wat het aanlokkelijk maakt voor de eigenaar van de aandelen, om ze toch uit te lenen.

Lees hier meer over in het Stock Yield Enhancement Programma (lees wel even alle details, want er komt wel wat bij kijken. Canadese aandelen zitten bijvoorbeeld, ik dacht, niet in dat programma.)

Daarnaast zijn er ook partijen, bijvoorbeeld de uitgevers van ETF’s, die er soms niet altijd per sé een belang bij hebben of de ETF in kwestie nu daalt of stijgt. De uitgever verdient op de hoeveelheid handel die er is in de ETF en de hoeveelheid kapitaal die er in zit, de beheerkosten erop. Alsook de premie of rente die ze ontvangen voor het uitlenen van aandelen aan shorters.

Als we het dan toch over cannabis en ETF’s hebben. De HMMJ ETF keert een dividend uit. Hoe kan dit? Het aantal cannabis bedrijven dat een dividend uitkeert is immers op 1 hand te tellen. De uitgever van de HMMJ ETF kan dit dividend uitkeren, omdat ze de aandelen in de ETF ook uitleent aan shorters.

De eigenaar beslist

Stel nu – en dit is opnieuw heel belangrijk om weten bij shorten – dat de persoon die zijn aandelen uitgeleend heeft, beslist dat hij de aandelen wil verkopen. Op dat moment zal de shorter verplicht (!) worden zijn short positie te sluiten (de aandelen terug te kopen). Deze aandelen terug aan de oorspronkelijke eigenaar te geven, opdat deze verkocht kunnen worden in de markt.

Als shorter is dit uitermate belangrijk om te weten. Dat je dus gedwongen kan worden om je positie te sluiten. In praktijk heb je daar ook geen keuze over. Je ziet gewoon in je portefeuille dat je short positie weg is (gesloten is). En dat sluiten, gebeurde automatisch.

Als niet shorter is het ook interessant om te weten, dat dit onderdeel is van het mechanisme achter shorten.

De short squeeze

Als meer partijen aandelen willen kopen (en bereid zijn telkens meer te betalen) dan er verkopers zijn, dan gaat de prijs stijgen. Als er kopers blijven opdagen, dan kan de prijs hard stijgen. Voor shorters is dat niet goed. Shorters verliezen immers kapitaal als aandelen stijgen in waarde. 

Als aandelen hard stijgen in waarde, dan verliezen shorters sneller geld. Als aandelen heel hard stijgen, dan kunnen shorters er wel eens de brui aan geven. Ze gaan hun positie dan sluiten (met verlies). Maar een shorter die zijn positie sluit, die moet kopen. Wat geeft dit als gevolg? Nog meer koop-orders. Waardoor de prijs nog harder zal stijgen.

Dit mechanisme noemen we een short squeeze. “To squeeze” uit het Engels, betekend persen, uitpersen of plat duwen. Harde stijgingen zorgen er dus voor dat meer en meer shorters hun posities gaan sluiten, wat zorgt voor meer kooporders waardoor de koers nog meer gaat stijgen. Te veel shorters zoeken hun weg naar buiten via een te kleine uitgang.

Bij zware dalingen zien we vaak een gelijkaardig effect door de vele stop-loss orders die op cruciale steun niveaus in de markt liggen en geraakt worden. Als een aandeel of de bredere markt stevig corrigeert, dan kan dit een cascade van verkooporders (stop loss orders) in beweging zetten. 

Omdat er op zo’n momenten niet altijd snel kopers komen opdagen, kunnen koersen soms overdreven hard dalen. Bij een short squeeze hetzelfde dus, maar dan omgekeerd.

Dividend?

De eigenaar van aandelen, niettegenstaande de aandelen uitgeleend zijn, heeft wel nog recht op het dividend. Maar gezien de shorter die aandelen tijdelijk geleend heeft, zal hij het dividend (bruto !) moeten betalen aan de eigenaar. 

Nog zo’n pittig “detail” waar men rekening mee dient te houden indien men in de praktijk zou gaan shorten. En handig ook om weten, als niet shorter.

Wietzaden, cannabis, autoflowering zaden, Greenhouse, Dutch Passion

Cannabis en Short squeezes

Dat de cannabis markt volatiel is, dat hoeven we u niet meer te vertellen. Dat de cannabis sector heftig geshort werd en/of wordt dat is ook een feit. Het is zo dat deze sector nieuw is en net zoals kinderen leren wandelen met vallen en opstaan, zullen in deze jonge sector bedrijven ook vallen en opstaan.

En net daarom dat de jonge cannabis sector zo’n orgie is voor shorters, als een bende wellustigen over elkaar heen schurkend. Statistisch kan je er waarschijnlijk prat op gaan, dat – zo denken wij – meer dan 5 op 10 van de bedrijven de eindmeet niet zullen halen. En het is vaak op dat soort statistiek dat shorters en hedge fondsen inspelen.

De “Fee Rate” is het bedrag (berekend op jaarbasis) dat een shorter betaald aan de eigenaar voor het lenen van de aandelen. Voor aandelen waar er een grote vraag naar is door shorters zijn de fee rates ontzettend hoog. Deze fee rates veranderen uiteraard ook in functie van de vraag en het aanbod (aantal beschikbare aandelen om te shorten).

Hieronder als voorbeeld de evolutie over de laatste 2 jaar van de “Fee Rate” (paars) en de “Rebate Rate” (geel) voor het aandeel ACB (noterend op TSE).

Niet via elke broker zal je zo’n gedetailleerde informatie terug vinden. Daarom kiezen wij persoonlijk ook voor het platform van deze broker. Je kan er vrijblijvend een informatiepakket aanvragen.

Hieronder de “Fee Rate” en “Rebate Rate” voor het aandeel Canopy (noterend op TSE) over een periode van ongeveer 4 jaar.

In de biotech wereld zien we het fenomeen van heftig shorten ook heel vaak terugkeren, want natuurlijk hebben de shorters de statistiek daar ook aan hun zijde. Veel mensen hebben moreel of ethisch wel danig wat bezwaren tegen shorters, wat perfect begrijpelijk is. Spijtig genoeg is het een onderdeel van de beurs dat zeker ook zijn nut heeft, en waar we rekening mee moeten houden. 

Het feit dat shorten überhaupt kan, is echter iets dat vele beginnende beleggers niet weten. Het monitoren van de “short interest”, de “fee rates”, etc. Zijn dingen die we pas doen als we al wat meer ervaring hebben met beleggen en onze broker moet de data ook beschikbaar hebben.

In de voorbije weken zagen we op bepaalde dagen heftige koersbewegingen, volatiliteit op zijn maximum. Op zo’n momenten en dan uiteraard bij exuberante stijgingen, mag je er vanuit gaan dat het “short squeeze” mechanisme hier ook een dominante rol in speelt.

Posts created 66

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.